Toen de ene historische canon na de andere werd aangekondigd, kon de bouw natuurlijk niet achterblijven.
Belangrijke kennis komt samen in een canon. Nederland verdient ook een bouwcanon, vindt Cobouw. Als ‘gemaakt land’ is het bij uitstek een product van bouwers. Vijf directeuren van bouwondernemingen geven hun voorkeur.
Hefschip De Svanen echt staaltje Hollandse glorie (cobouw.nl)
‘Milieubewustzijn leeft in bredere kring’ (cobouw.nl)
‘Feyenoord-stadion wordt belangrijk icoon’ (cobouw.nl)
Bouwfraude serieuze impuls voor innovatie (cobouw.nl)
‘Onze mensen voelen zich naakt zonder helm’ (cobouw.nl)
Hefschip De Svanen echt staaltje Hollandse glorie
Gepubliceerd: 08 jul. 2009
Belangrijke kennis komt samen in een canon. Nederland verdient ook een bouwcanon, vindt Cobouw. Als ‘gemaakt land’ is het bij uitstek een product van bouwers. Vijf directeuren van bouwondernemingen geven hun voorkeur. Deze keer Theo Bruijninckx van Ballast Nedam.
Voor een grote hijsklus op zee ontwikkelde Ballast Nedam een buitenmodel hefschip: de Svanen. Bruijninckx gebruikt dit staaltje Hollands Glorie als rode draad in zijn canon.
Storebaeltbrug
De Zeelandbrug, ooit aanvoerder in de categorie extra large is in zijn genre
een bescheiden middenmoter geworden. “De werkmethode van destijds wordt steeds
verder verfijnd.” Aan land geprefabriceerde elementen worden met speciaal
hiervoor ontwikkeld materieel op zee geplaatst. Eind jaren tachtig werd de
Svanen gebouwd voor de 6,6 kilometer lange Storebaeltbrug in Denemarken; een
gecombineerde weg- en spoorbrug over de Grote Belt. “Hij maakte een vlotte bouw
mogelijk met grote prefab elementen die op de kant onder geconditioneerde
omstandigheden werden gebouwd.” De zelfvarende megalift bracht overspanningen
met een lengte van 110 meter en een gewicht van 6200 ton in één keer op hun
plaats.
Confederation Bridge
Dit soort referenties heeft de Nederlandse waterbouw nodig om wereldwijd
furore te maken, weet Bruijninckx. De Svanen werd na het werk in Denemarken
aangepast voor het tillen van nog zwaardere elementen – tot 7900 ton – bij het
volgende project: de bouw van de 12,9 kilometer lange Confederation Bridge in
Canada; de langste brug ter wereld over ijsbedekt water. “Deze opdracht,
verkregen in consortiumverband, was een doorbraak voor geïntegreerde
contractvormen. Het afgesloten BOT-contract (Build, Operate and Transfer) is
vergelijkbaar met de huidige dbfm-contracten.” De opdracht omvatte het
ontwerpen, bouwen en in bedrijf houden over een periode van 35 jaar, inclusief
de inning van tolgelden. “Dat geeft een ideale prikkel voor een optimale
afstemming op elkaar van ontwerp, bouw en beheer.”
Windmolenparken
“Na een tijdje in de mottenballen, diende zich voor de Svanen een nieuwe
toekomst aan met grootschalige windmolenparken op zee.” Voor het eerste voor de
Nederlandse kust – 36 molens voor de kust bij Egmond aan Zee, gereed in 2006 –
werd hij ingezet als bouwkraan en heimachine. “De Svanen is zwaar overbemeten
voor de bouw van windmolenparken op zee. Het hefvermogen is 8700 ton en een
complete molen weegt ongeveer 700 ton. Hij tilt de onderdelen dus bij wijze van
spreken met zijn pink.” Verdere doorontwikkeling van de megalift zorgt ervoor
dat steeds minder werk buitengaats hoeft te gebeuren, wat relatief duur is en
risicovol.” De Svanen staat voor hem symbool voor de manier waarop de bouw
vernieuwt. Dat gebeurt voortdurend, weet hij. Geluidsoverlast voor zeeleven door
het heien bijvoorbeeld, kunnen we nu beperken door de toepassing van een nieuwe
boortechniek.” Een andere vernieuwing die op zee in beeld kwam, was het gebruik
van beton voor de fundatiepalen. Daardoor zijn we minder afhankelijk van
prijsfluctuaties.
Innovaties
“Veel innovaties komen tot stand in de praktijk. Betrokken mensen zorgen
daarvoor. “De praktijkvinding van Arie van Vliet”, noemt hij als aansprekend
voorbeeld. Die ontwikkelde een heitechniek die goed was voor de eerste prijs in
een tweejaarlijkse ideeënwedstrijd voor medewerkers van Ballast Nedam. Deze
‘Ariepaal’ wordt in de grond getrild. De grond eronder wordt verweekt door water
in te spuiten. De methode scheelt in tijd en arbeid en bovendien komt er minder
vervuiling vrij dan bij traditioneel trillen, zo somt hij de voordelen op.
Publiek-private samenwerking
De bouw van een nieuw stadshart voor Amstelveen (1996-2003) was een voorbode
van de publiek-private samenwerking (pps) die nu op grotere schaal begint door
te breken in Nederland. “De gemeente vormde voor deze enorme operatie een
samenwerkingsverband met onder meer Ballast Nedam.” De huidige grote
pps-contracten gaan een stuk verder. Bruijninckx ziet ze als uitgelezen recept
voor een nieuwe, betere manier van werken. “Het opknappen en verbreden van de
N31/Wâldwei in Friesland is hierdoor zeer succesvol aangepakt”, weet hij.
Volgens het dbfm-contract voor de N31/Wâldwei (design, build, finance and
maintain) blijft de opdrachtnemer 20 jaar verantwoordelijk voor de kwaliteit en
beschikbaarheid van de weg. Voor de bouw van de Kromhoutkazerne in Utrecht is
ook een pps-contract afgesloten. Het is een dbfmo -contract, wat staat voor
design, build, finance, maintain and operate. “Liefst kijken we nog voorbij de
lengte van het contract: wat kun je doen met het gebouw na die twintig jaar. Zo
bevorder je duurzaamheid.”
Hefschip De Svanen echt staaltje Hollandse glorie (cobouw.nl)
Lezers van Cobouw mogen ook hun eigen suggesties geven voor de
BouwCanon via de e-mail van de krant. Samen met de suggesties van de
vijf geïnterviewde bouwers, vormen ze de basis voor de officiële Bouwcanon
Cobouw. Het mailadres is:
cobouwcanon@sdu.nl.
Dit was de laatste aflevering van een serie waarin vijf bouwers hun top vijf
van bouwprojecten of bouwontwikkelingen gaven. Samen met lezersreacties vormen
zij straks de BouwCanon. De andere verhalen uit deze serie staan op
http://www.cobouw.nl/dossier/BouwCanon.html.
‘Milieubewustzijn leeft in bredere kring’
Gepubliceerd: 01 jul. 2009
Belangrijke kennis komt samen in een canon. Nederland verdient ook een bouwcanon, vindt Cobouw. Als ‘gemaakt land’ is het bij uitstek een product van bouwers. Vijf directeuren van bouwondernemingen geven hun voorkeur. Deze week Theo Opdam van Plegt-Vos.
Oliecrisis
De oliecrisis van 1973 is voor Opdam het symbool voor de opkomst van duurzaam
bouwen. Ineens bleek dat de onbeperkte beschikbaarheid van goedkope energie niet
vanzelfsprekend is. “Ik ben geboren in een huis zonder isolatie en met enkel
glas. De oliecrisis heb ik niet bewust meegemaakt maar de isolatiegolf die erop
volgde wel. Dubbel glas raakte in zwang en spouwmuren werden nageïsoleerd. Een
vrachtwagen van Rockwool reed bij ons de straat in. In muren werden gaten
gemaakt om het isolatiemateriaal in de spouw te brengen. Dat werk heeft toen op
mij veel indruk gemaakt.” Later, in de jaren negentig kwamen de ecowoningen en
nu gaat de discussie over nul-energiewoningen.
“Opties als pv-cellen op het dak en zonneboilers zijn niet langer iets van
een kleine groep idealisten. In de jaren negentig waren er ook wel potjes voor
zulke voorzieningen; gemeenten maakten ze onderdeel van een
exploitatieovereenkomst voor nieuwbouw. Maar de belangstelling voor deze
dubo-fondsen bleef beperkt. Meestal bleef een groot deel van het geld over. Dat
staken we dan maar in duurzame maatregelen op wijkniveau.” Duurzaamheid is nu
ook economisch beter te verdedigen. In plaats van naar alleen de hypotheeklast
zoals voorheen, wordt nu meer gekeken naar de totale woonlasten. Verder leeft
het milieubewustzijn in bredere kring. Ook ik ben veranderd en ik merk hoe hard
dat kan gaan. Van het broeikaseffect wist ik wel dat het bestond, maar het was
iets dat zich ver weg bevond. In een jaar tijd ben ik anders gaan denken. Ik kan
me zelfs al voorstellen dat ik nog eens in een elektrische auto rijd.”
Regio’s
Landelijke regio’s leveren een groot deel van de werkers in de Nederlandse
bouw. Vanuit de Achterhoek, Twente, Noord-Brabant en West-Friesland gaan
talrijke bouwvakkers in de vroege ochtend op pad. Met als bestemming vaak een
werk in de Randstad. Dat is begonnen tijdens de bouwgolf van na de Tweede
Wereldoorlog. “Twentse aannemers bouwen in het hele land, ook de kleintjes. Ze
zoeken het werk op. Ik sluit niet uit dat nu het wat minder gaat, ze weer verder
het werk achterna gaan. Twente heeft een bouwcultuur”, weet hij. “In de dorpen
wonen heel veel bouwvakkers. Het ambacht gaat over van vader op zoon; je ziet
drie generaties bouwvakkers bij elkaar.” Wel neemt tegenwoordig de jongste
generatie de fakkel niet meer vanzelfsprekend over. Gevolg: “De aanwas van
vaklieden wordt minder.”
Keuzemogelijkheden
De woningbouw beleefde in de afgelopen twee decennia de trend van een uniform
aanbod naar keuzemogelijkheden. “In wijken uit de jaren tachtig zie je nog grote
aantallen van één, uniform, woningtype, tot het sanitair toe. Ook in de
koopsector. Daarna kwamen er meer variatiemogelijkheden. Het begon met zaken als
tegels, sanitair en het keukenblok. Later kwamen daar ruwbouwopties bij zoals
dakkapellen, erkers, variabele plattegronden en bijvoorbeeld extra slaapkamers.
Nu voeren we bouwprojecten uit in veel kleine series. In Zuidhorn loopt nu een
project van ons met 86 woningen in 34 verschillende types. Variatie hoeft de
huizen niet duurder te maken, mits je hiervoor een bepaalde standaard kiest en
het proces goed organiseert.”
Dik Wessels
Rijssenaar Dik Wessels bouwde een succesvol groot aannemersbedrijf op en
breidde zijn fortuin verder uit met zijn investeringsmaatschappij Reggeborgh. De
miljardair mijdt publiciteit maar geldt als een van de meest invloedrijke
personen in de bouw. “Als je ziet wat die man in zijn leven heeft opgebouwd, dat
is gigantisch. Daar heb ik veel respect voor.”
Bedrijventerreinen
“Van de fouten die zijn gemaakt met bedrijventerreinen is nog te weinig
geleerd”, vindt hij. “Iedere stad, maar haast ook ieder redelijk dorp heeft al
een eigen bedrijventerrein en menig terrein ziet er zo langzamerhand niet meer
uit. Veel staat leeg of wordt nauwelijks nog gebruikt.” Het stoort hem dat op
bestaande terreinen veel kavels jaren vergeefs te koop staan, terwijl
tegelijkertijd in de buurt voortvarend nieuwe terreinen worden aangelegd. “Veel
verlopen terreinen liggen tegen de oude stads- en dorpscentra. Laten we die eens
aanpakken.”
Lezers van Cobouw mogen hiervoor ook hun eigen suggesties geven via
de e-mail van de krant. Samen met de suggesties van de vijf
geïnterviewde bouwers, vormen ze de basis voor de officiële Bouwcanon Cobouw.
Het mailadres is: cobouwcanon@sdu.nl.
‘Milieubewustzijn leeft in bredere kring’ (cobouw.nl)
‘Feyenoord-stadion wordt belangrijk icoon’
Gepubliceerd: 17 jun. 2009
Belangrijke kennis komt samen in een canon. Nederland verdient ook een bouwcanon, vindt Cobouw. Als ‘gemaakt land’ is het bij uitstek een product van bouwers. Vijf directeuren van bouwondernemingen geven hun voorkeur. Deze week Dick van Well van Dura Vermeer.
Cruiseterminal
De bouw van de Cruiseterminal aan het IJ in Amsterdam (1998) vormde de opmaat
voor de revitalisering van het Oostelijk Havengebied, dat zijn oorspronkelijke
functie was kwijtgeraakt. Het gebied is herontwikkeld tot een populaire woon- en
werklocatie. “Veel oude haven- en industrieterreinen liggen dichtbij de
binnensteden. Gemeenten proberen die nieuw leven in te blazen. Ze zijn
interessant voor woningbouw en andere functies omdat ze direct aansluiten op de
bestaande voorzieningen in de stad.” Rotterdam blaast een flinke partij mee,
onder meer met de Wilhelminapier.
Statentunnel
Als tweede onderwerp voor de canon noemt hij de Statentunnel in Rotterdam:
geboorde tunnels in slappe bodem. “Terwijl in Amsterdam panden verzakken en in
Keulen complete gebouwen in de bouwput verdwijnen, hebben wij (de combinatie
Dura Vermeer/Züblin, red.) in Rotterdam zonder problemen de
Statentunnelgegraven. Dat gebeurde onder vergelijkbare omstandigheden: in slappe
bodem onder de stad.” De 2,4 kilometer lange Statentunnel is bestemd voor
Randstadrail. “Voor de Noord-Zuidlijn gaan wij ook de metrotunnel boren. Gezien
onze ervaringen in Rotterdam en de energie en tijd die we hebben gestoken in de
voorbereidingen en risicobeperkende maatregelen heb ik er alle vertrouwen in dat
het daar eveneens succesvol verloopt.”
Aalsmeerbaan
De Aalsmeerbaan van Schiphol werd in 2003 in een week tijd ’s nachts
gerenoveerd terwijl het vliegverkeer er overdag gebruik van kon blijven maken.
“Rond tien uur ’s avonds steeg het laatste vliegtuig op, waarna de karavaan met
mensen en materieel uitrukte om in één werkgang een stuk asfalt uit te frezen,
nieuw asfalt te leggen en de bekabeling te vernieuwen. Elke ochtend kon het
vliegverkeer worden hervat. Aan het eind van de week lag er een compleet
vernieuwde baan. Ik ben ’s nachts naar het werk geweest en toen ik thuis kwam
heb ik mijn vrouw wakker gemaakt om haar te vertellen hoe mooi ik dat vond.”
Vathorst
Bouw en openbare ruimte op Vinex-locaties roepen bij velen een beeld op van
middelmaat, weet hij. “Vathorst in Amersfoort bewijst dat dit niet hoeft. Hier
zie je hoe mooi je een Vinex-wijk kunt maken: in pps-verband wordt gezorgd voor
veel variatie aan woningen en een hoge kwaliteit buitenruimte.”
Maas
De in Rotterdam voert langs een aantal bouwwerken die zijn uitgegroeid tot
iconen. Zoals de Erasmusbrug: “Technisch én sociaal was dat een ambitieus
project”, vindt hij. De gemeente wilde ook figuurlijk een brug slaan, tussen de
gescheiden werelden ten noorden en ten zuiden van de Maas. Met de opvallende
geknikte pyloon kwam er een bijzondere vorm. De brug is een groot succes,
constateert hij: “Hij is hét symbool van Rotterdam geworden.” Een tegenvaller
was dat eind 1996, de brug was toen net nieuw, de tuikabels bleken te trillen.
Een fenomeen dat zich alleen voordeed bij specifieke weersomstandigheden. “Dat
probleem is daarna wel opgelost. Een journalist die er kritisch over sprak,
antwoordde ik dat de randen van de techniek zijn opgezocht en gevonden.”
Een andere blikvanger aan de Maas is het kantoorgebouw De Brug, nog maar drie
jaar geleden gebouwd boven de margarinefabriek van Unilever. Het staat op de
zuidoever, oostelijk van het Noordereiland. In het historische eind-negentiende
eeuwse fabrieksgebouw wordt margarine gemaakt en – sinds de sluiting van de
Calvéfabriek in Delft – ook pindakaas. Erboven ‘zweeft’ het nieuwe hoofdkantoor
van de voedingsgigant. “Wij lieten het ontwerp maken voor een prijsvraag en
werden winnaar. Ik heb tegen Cees van der Waaij (directeur Unilever Nederland,
red.) gezegd: we hebben niet alleen een gebouw voor jullie gemaakt maar ook een
symbool.” Tot zover de iconen rond de Maas. “Hoewel”, vervolgt hij, “de
belangrijkste, wat mij betreft, ligt natuurlijk in de toekomst: het nieuwe
Feyenoord-stadion. Als het in 2016, 2017 klaar is, zou dat op tijd zijn voor het
WK-voetbal dat Nederland in 2018 wil organiseren. Qua voetbal beschikt Feyenoord
nu al over het beste stadion van Nederland maar de voorzieningen eromheen zijn
niet meer toereikend.” De ambitie is groot: rond het stadion moet een enorme
sportcampus komen. “Gemeente, sportorganisaties en onderwijsinstellingen slaan
daarvoor de handen ineen.”
Icoon van de bouw
Lezers van Cobouw mogen hiervoor ook hun eigen suggesties
geven via de e-mail van de krant. Samen met de suggesties van de vijf
geïnterviewde bouwers, vormen ze de basis voor de officiële Bouwcanon
Cobouw. cobouwcanon@sdu.nl.
‘Feyenoord-stadion wordt belangrijk icoon’ (cobouw.nl)
‘Onze mensen voelen zich naakt zonder helm’
Gepubliceerd: 10 jun. 2009
Belangrijke kennis komt samen in een canon. Nederland verdient ook een bouwcanon, vindt Cobouw. Als ‘gemaakt land’ is het bij uitstek een product van bouwers. Vijf directeuren van bouwondernemingen geven hun voorkeur. Deze week Joop van Oosten van BAM.
Werken in de bouw staat van oudsher bekend als riskant. Maar onveilige
arbeidsomstandigheden en ongelukken worden niet meer geaccepteerd als
onvermijdelijk, stelt Van Oosten tevreden vast. “Op oude foto’s zie je mensen
met petten en hoeden op de meest vreemde capriolen uithalen. Je vraagt je af:
hoe durfde men toen zo te werken? krijgt nu veel meer aandacht. Het is niet
langer stoer als je geen veiligheidsmiddelen gebruikt; nu vindt men dat dom.
Onze medewerkers voelen zich naakt als ze geen helm dragen. Nederland slaat
internationaal geen slecht figuur. Maar van onze Britse dochterbedrijven kunnen
we nog wat leren. We zijn er nog niet en wat we bereiken, moeten we ook zien
vast te houden.”
Reputatie
De bouwsector werkt hard aan zijn reputatie. De heeft daarbij een prominente
rol. “Er is een tijd geweest dat bouwers dachten dat ze in een eigen wereld
leefden en eigen regels konden maken.” Die is voorbij. Integriteit en
transparantie zijn sleutelwoorden geworden. Doel: vertrouwen; hard nodig voor
een vruchtbare samenwerking met opdrachtgevers. “Ik denk dat bankiers het op
verjaardagen nu moeilijker hebben dan bouwers. Maar er hoeft maar dít te
gebeuren of de hele ellende zal weer over ons worden uitgestort.” Hij bestrijdt
het wijdverbreide beeld dat aannemers opdrachtgevers een poot uitdraaien. “De
omzetten in de bouw zijn groot, de marges laag; nog lager dan die van
supermarkten.” Van Oosten is lid van de (tweede) Regieraad, onder leiding van
Hans Blankert. De raad zit in zijn laatste jaar. “Maar de activiteiten en
discussies die in gang zijn gezet, zullen niet stoppen.”
Consolidatieslagen
De bouw heeft in de afgelopen eeuw een paar consolidatieslagen doorgemaakt.
De eerste voltrok zich in de eerste decennia van de vorige eeuw.
Familiebedrijven maakten een flinke schaalsprong, resulterend in grote
bouwondernemingen die de toon zetten in de sector. Een daarvan is de Bataafsche
Aanneming Maatschappij voorheen firma J. van der Wal en Zoon. De kleinzoon van
de dorpstimmerman uit Groot Ammers die het bedrijf in 1864 begon, studeerde in
Delft alvorens in het bedrijf te stappen. In de jaren twintig van de vorige eeuw
maakte Van der Wal furore met de bouw van het hoofdkantoor van de Bataafsche
Petroleum Maatschappij in Den Haag. Reden waarom de derde generatie Van der Wal
besloot de onderneming te noemen naar de opdrachtgever van dit prestigieuze
werk. De Bataafsche Aanneming Maatschappij was geboren. Inmiddels is BAM geen
afkorting meer maar de bedrijfsnaam. Van Oosten rekent erop dat de toekomst
nieuwe schaalsprongen brengt. “De ontwikkelingen gaan door maar zullen niet in
rechte lijnen gaan. Stabiliteit is altijd maar voor even.”
Vastgoedontwikkeling
Met vastgoedontwikkeling breidde de uitvoerende bouw in de jaren zestig van
de vorige eeuw zijn takenpakket uit. Doel was toen werk scheppen voor het eigen
bedrijf. Dat gebeurde meteen op grote schaal. Soms was er weinig oog voor de
eisen die aan projecten moesten worden gesteld om aan te sluiten bij de wensen
van de markt. “Over Hoog Catharijne bijvoorbeeld hebben we allemaal wel een
mening. Maar of je het nou mooi vindt of niet, dat zulke dingen toen gedaan
werden, getuigt wel van lef.” Later werd de vastgoedpoot bij ontwikkelende
bouwers professioneler georganiseerd. “Ze hebben nu een andere, eigen opdracht:
een bijdrage leveren aan het resultaat van de onderneming door gezonde
vastgoedontwikkelingen af te zetten op de markt.”
Natte én droge waterbouw
De verdiensten van de natte en droge waterbouw mogen wat Van Oosten betreft
niet ontbreken in de bouwcanon.
Icoon: afzinktunnels
Als icoon kiest hij de Nederlandse expertise op het gebied van afzinktunnels.
“Daarvoor is wereldwijd belangstelling.” Met een volgende stap, boortunnels in
slappe bodem, gaat het wat moeizamer. “Maar daarin worden we wel steeds beter.
We doen er in de praktijk kennis over op en er zijn al een paar mooie
voorbeelden gemaakt.”
Lezers van Cobouw mogen hiervoor ook hun eigen suggesties geven via
de e-mail van de krant. Samen met de suggesties van de vijf
geïnterviewde bouwers, vormen ze de basis voor de officiële Bouwcanon Cobouw.
Het mailadres is: cobouwcanon@sdu.nl.
‘Onze mensen voelen zich naakt zonder helm’ (cobouw.nl)
Bouwfraude serieuze impuls voor innovatie
Gepubliceerd: 24 jun. 2009
Belangrijke kennis komt samen in een canon. Nederland verdient ook een bouwcanon, vindt Cobouw. Als ‘gemaakt land’ is het bij uitstek een product van bouwers. Vijf directeuren van bouwondernemingen geven hun voorkeur. Deze week Geert Hurks van Hurks Groep.
Vijftien jaar was hij toen hij zijn droom om economie te gaan studeren, moest
opgeven. De reden: hem werd de taak toevertrouwd de leiding op zich te nemen van
het familiebouwbedrijfje, toen met een paar man personeel.
Zoon Geert: Zijn weerzin tegen de rol die hij als aannemer moest spelen,
bracht hem ertoe nieuwe manieren van werken te zoeken. Hij vond het moeilijk te
verkroppen dat je als aannemer met de pet in de hand de ideeën van anderen mocht
uitvoeren. Zijn antwoord was de vorming van een onderneming die thuis is in de
totale breedte van de bouwkolom. Zo wilde hij komen tot een completere manier
van bouwen.”
Het is een lange inleiding die de nieuwe generatie Hurks gebruikt om te komen
tot vijf van haar favorieten voor de bouwcanon.
Multidisciplinaire bouwondernemingen
Op nummer één in de bouwcanon: multidisciplinaire bouwondernemingen. “Voor
alle grote bouwbedrijven die in de loop van de tijd zijn ontstaan, geldt dat zij
hebben besloten zich niet alleen te richten op het stapelen van stenen.” Nodig
daarbij zijn ondernemerszin, lef en de bereidheid om risico’s te nemen en een
avontuur in het onbekende aan te gaan”, weet hij uit ervaring.
Groot en groter; de vraag is wanneer de grens is bereikt. “Het is de eeuwige
discussie: hoe groot je moet zijn om optimaal te kunnen werken. Groter, vanwege
de schaalvoordelen of kleiner en daardoor flexibeler. Van belang is in elk geval
een omvang waarbij je in staat bent betrokken te worden bij de grotere,
pretentieuze projecten.”
Een interessante partij daarvoor wordt je door een combinatie van kennis,
capaciteit, synergie en diversiteit”, meent hij.
Mensen die vernieuwen
De tweede favoriet voor de canon gaat over mensen die vernieuwen. De sector
komt vooruit dankzij mensen die hun nek uitsteken, met ideeën komen die leiden
tot verbeteringen in de praktijk. Hurks vestigt graag de aandacht op deze
mensen. “In de sector worden heel veel kleine stapjes gemaakt om tot betere
bouwprocessen en producten te komen. Kleine, daarom vallen ze afzonderlijk niet
zo op. De bouw wordt vaak neergezet als conservatief. Dat behoudende dat klopt
wel, maar ik vind dat de buitenwereld te negatief is. Alsof er helemaal geen
vernieuwing zou plaatsvinden.”
Bouwfraude
De parlementaire enquête naar wat de bouwfraude is gaan heten, ziet Hurks als
een impuls voor de innovatie van het bouwproces. “Door het wegvallen van het
algemeen gedoogde systeem werden bedrijven gedwongen een positie op de markt
openlijk te bevechten. Niet zoals voorheen op basis van ‘rechten’ en
‘veiligheidskleppen’ maar op basis van kennis en expertise. Dat is een
verademing geweest voor de branche. Bedrijven zijn geconfronteerd met zwakheden
in hun organisatie die eerder werden verdoezeld. Sommige legden hierdoor het
loodje. Het is een zwarte bladzijde in de geschiedenis maar wel één die leidt
tot een professioneler georganiseerde bouw.
Nieuwe contract- en samenwerkingsvormen die in de plaats komen van het
traditionele aanbesteden, stellen hogere eisen aan bedrijven, weet hij. “De bouw
is te lang een in zichzelf gekeerde wereld geweest, geconcentreerd op de eigen
activiteit. Nu moeten de bedrijven zich naar buiten richten, met antwoorden op
vragen en problemen van de markt. Er wordt volop geëxperimenteerd. We staan aan
de vooravond van een kentering maar de grootste slag moet nog worden gemaakt.”
Industrieel bouwen
Hurks valt al een aantal jaren op met de ontwikkeling en bouw van projecten
waarin veel prefab wordt toegepast. “Ik geloof heel sterk in industrieel bouwen.
Vanaf de jaren tachtig zijn er veel rapporten over geschreven maar nu gaat het
echt gebeuren. Een reden is dat de toekomstige bouw vooral in binnenstedelijke
gebieden zal plaatsvinden. Daar is weinig ruimte om te werken. Prefab stelt je
in staat met vooraf in de fabriek op maat gemaakte elementen gebouwen op de
bouwlocatie snel in elkaar te zetten. Dat maakt binnenstedelijke bouw niet
alleen sneller maar ook goedkoper en daardoor eerder haalbaar.” Hoogbouw en
prefab zijn in zijn ogen onlosmakelijk met elkaar verbonden. Om het tempo en de
eenvoud en in het verlengde daarvan een gunstige prijs. Verder telt in zijn ogen
“dat industrieel bouwen en moderne arbeidsomstandigheden hand in hand gaan”.
Oriëntatie op de samenleving
Een andere ontwikkeling die het gezicht van de bouw zal veranderen, is – om
als bedrijf succesvol te kunnen zijn – de noodzakelijke oriëntatie op de
samenleving. “Bouwers en ontwikkelaars kunnen zich niet langer sociaal
onttrekken aan wat zich in de wereld afspeelt. Als je met een opdrachtgever aan
tafel zit, moet je wel kennis hebben van de wereld. Om goede diensten te
verlenen en servicegericht te zijn, moet je meer te bieden hebben dan het kunnen
stapelen van stenen.” Hij noemt als voorbeeld de ontwikkeling van een nieuw
verzorgingshuis. “Je moet je ook bezig gaan houden met de
financieringsmogelijkheden en weten van mogelijke maatschappelijke
ontwikkelingen zoals een terugtredende overheid, vergrijzing en culturele
veranderingen die zich nu voordoen of in de toekomst te verwachten zijn.”
Icoon van de bouw
Lezers van Cobouw mogen hiervoor ook hun eigen suggesties
geven via de e-mail van de krant. Samen met de suggesties van de vijf
geïnterviewde bouwers, vormen ze de basis voor de officiële Bouwcanon
Cobouw. cobouwcanon@sdu.nl.
Bouwfraude serieuze impuls voor innovatie (cobouw.nl)
Hefschip De Svanen echt staaltje Hollandse glorie
Gepubliceerd: 08 jul. 2009
Belangrijke kennis komt samen in een canon. Nederland verdient ook een bouwcanon, vindt Cobouw. Als ‘gemaakt land’ is het bij uitstek een product van bouwers. Vijf directeuren van bouwondernemingen geven hun voorkeur. Deze keer Theo Bruijninckx van Ballast Nedam.
Voor een grote hijsklus op zee ontwikkelde Ballast Nedam een buitenmodel
hefschip: de Svanen. Bruijninckx gebruikt dit staaltje Hollands Glorie als rode
draad in zijn canon.
Storebaeltbrug
De Zeelandbrug, ooit aanvoerder in de categorie extra large is in zijn genre
een bescheiden middenmoter geworden. “De werkmethode van destijds wordt steeds
verder verfijnd.” Aan land geprefabriceerde elementen worden met speciaal
hiervoor ontwikkeld materieel op zee geplaatst. Eind jaren tachtig werd de
Svanen gebouwd voor de 6,6 kilometer lange Storebaeltbrug in Denemarken; een
gecombineerde weg- en spoorbrug over de Grote Belt. “Hij maakte een vlotte bouw
mogelijk met grote prefab elementen die op de kant onder geconditioneerde
omstandigheden werden gebouwd.” De zelfvarende megalift bracht overspanningen
met een lengte van 110 meter en een gewicht van 6200 ton in één keer op hun
plaats.
Confederation Bridge
Dit soort referenties heeft de Nederlandse waterbouw nodig om wereldwijd
furore te maken, weet Bruijninckx. De Svanen werd na het werk in Denemarken
aangepast voor het tillen van nog zwaardere elementen – tot 7900 ton – bij het
volgende project: de bouw van de 12,9 kilometer lange Confederation Bridge in
Canada; de langste brug ter wereld over ijsbedekt water. “Deze opdracht,
verkregen in consortiumverband, was een doorbraak voor geïntegreerde
contractvormen. Het afgesloten BOT-contract (Build, Operate and Transfer) is
vergelijkbaar met de huidige dbfm-contracten.” De opdracht omvatte het
ontwerpen, bouwen en in bedrijf houden over een periode van 35 jaar, inclusief
de inning van tolgelden. “Dat geeft een ideale prikkel voor een optimale
afstemming op elkaar van ontwerp, bouw en beheer.”
Windmolenparken
“Na een tijdje in de mottenballen, diende zich voor de Svanen een nieuwe
toekomst aan met grootschalige windmolenparken op zee.” Voor het eerste voor de
Nederlandse kust – 36 molens voor de kust bij Egmond aan Zee, gereed in 2006 –
werd hij ingezet als bouwkraan en heimachine. “De Svanen is zwaar overbemeten
voor de bouw van windmolenparken op zee. Het hefvermogen is 8700 ton en een
complete molen weegt ongeveer 700 ton. Hij tilt de onderdelen dus bij wijze van
spreken met zijn pink.” Verdere doorontwikkeling van de megalift zorgt ervoor
dat steeds minder werk buitengaats hoeft te gebeuren, wat relatief duur is en
risicovol.” De Svanen staat voor hem symbool voor de manier waarop de bouw
vernieuwt. Dat gebeurt voortdurend, weet hij. Geluidsoverlast voor zeeleven door
het heien bijvoorbeeld, kunnen we nu beperken door de toepassing van een nieuwe
boortechniek.” Een andere vernieuwing die op zee in beeld kwam, was het gebruik
van beton voor de fundatiepalen. Daardoor zijn we minder afhankelijk van
prijsfluctuaties.
Innovaties
“Veel innovaties komen tot stand in de praktijk. Betrokken mensen zorgen
daarvoor. “De praktijkvinding van Arie van Vliet”, noemt hij als aansprekend
voorbeeld. Die ontwikkelde een heitechniek die goed was voor de eerste prijs in
een tweejaarlijkse ideeënwedstrijd voor medewerkers van Ballast Nedam. Deze
‘Ariepaal’ wordt in de grond getrild. De grond eronder wordt verweekt door water
in te spuiten. De methode scheelt in tijd en arbeid en bovendien komt er minder
vervuiling vrij dan bij traditioneel trillen, zo somt hij de voordelen op.
Publiek-private samenwerking
De bouw van een nieuw stadshart voor Amstelveen (1996-2003) was een voorbode
van de publiek-private samenwerking (pps) die nu op grotere schaal begint door
te breken in Nederland. “De gemeente vormde voor deze enorme operatie een
samenwerkingsverband met onder meer Ballast Nedam.” De huidige grote
pps-contracten gaan een stuk verder. Bruijninckx ziet ze als uitgelezen recept
voor een nieuwe, betere manier van werken. “Het opknappen en verbreden van de
N31/Wâldwei in Friesland is hierdoor zeer succesvol aangepakt”, weet hij.
Volgens het dbfm-contract voor de N31/Wâldwei (design, build, finance and
maintain) blijft de opdrachtnemer 20 jaar verantwoordelijk voor de kwaliteit en
beschikbaarheid van de weg. Voor de bouw van de Kromhoutkazerne in Utrecht is
ook een pps-contract afgesloten. Het is een dbfmo -contract, wat staat voor
design, build, finance, maintain and operate. “Liefst kijken we nog voorbij de
lengte van het contract: wat kun je doen met het gebouw na die twintig jaar. Zo
bevorder je duurzaamheid.”
Lezers van Cobouw mogen ook hun eigen suggesties geven voor de
BouwCanon via de e-mail van de krant. Samen met de suggesties van de
vijf geïnterviewde bouwers, vormen ze de basis voor de officiële Bouwcanon
Cobouw. Het mailadres is:
cobouwcanon@sdu.nl.
Dit was de laatste aflevering van een serie waarin vijf bouwers hun top vijf
van bouwprojecten of bouwontwikkelingen gaven. Samen met lezersreacties vormen
zij straks de BouwCanon. De andere verhalen uit deze serie staan op
http://www.cobouw.nl/dossier/BouwCanon.html.
Hefschip De Svanen echt staaltje Hollandse glorie (cobouw.nl)