Bouw moet belofte snel waarmaken
Bart Mullink
Het leeuwendeel van de in de cao overeengekomen bijna driehonderd banen voor mensen met ‘een beperking op de arbeidsmarkt’ moet voor 1 februari 2017 tot stand komen. Een campagne moet voor vaart zorgen.
De bouw-cao loopt van 1 januari 2015 tot 1 februari 2017 maar kwam pas medio vorig jaar na lang soebatten tot stand. Deze vertraging heeft doorgewerkt in de aanpak van het banenplan voor mensen met een arbeidsbeperking, dat deel uitmaakt van de afgesloten cao.
Werkgevers moeten de kansen zien
Bedrijven zijn niet onwillig, stelt Joep Jansen, maar om tot het gewenste resultaat te leiden moet er wel aan worden getrokken. De cao-partijen stelden hem aan om dat te doen. Zijn eerste wapenfeit is de lancering van een campagne onder de naam: Wie klaart de klus? “Partijen bij de les te houden, blijkt hard nodig. Werkgevers moeten de kansen zien. De doelgroep moet de bouw als potentiële werkomgeving in beeld krijgen.”
UWV
Dat vorig jaar zonder speciale sectorbemoeienis met zogeheten Wajongers al vast een klein deel van het banenplan is uitgevoerd, is volgens hem vooral te danken aan het UWV. Dat ging op eigen gelegenheid door met een programma dat het tot en met 2014 uitvoerde in samenwerking met Fundeon. Dat programma moest zogeheten Wajongers aan werk helpen. Hiervan vonden er vorig jaar via het UWV ongeveer vijftig de weg naar een bouwbedrijf.
Aantrekkende conjunctuur kan helpen
De doelgroep is volgens de nieuwe cao veel groter. Niet alleen Wajongers vallen eronder, maar bijvoorbeeld ook mensen met een wsw-indicatie en leerlingen van praktijkscholen. Jansen, die pas vorige maand begon als projectleider, zegt optimistisch te zijn over de kansen om de beoogde aantallen alsnog te halen. “De aantrekkende conjunctuur helpt. Hierdoor komen naar verwachting veel nieuwe banen beschikbaar.”
Tot de zomer is het voor hem vooral een kwestie van zaaien. Daarna rest nog ongeveer een half jaar van de cao-looptijd. Hierin moet dan nog het grootste deel van het beoogde aantal arbeidsplaatsen tot stand komen.
Jansen is een vertrouwd gezicht op de onderwijs- en arbeidsmarkt in de bouw. Hij werkte tot medio vorig jaar als hoofd beleid & onderzoek en arbeidsmarktdeskundige bij Fundeon. Nu deze organisatie wordt ontmanteld, biedt hij zijn deskundigheid aan als zelfstandige.
Uitvoeringsperiode
Het banenplan voor mensen met een beperking op de arbeidsmarkt is de vertaling op sectorniveau van de afspraken hierover in het Sociaal Akkoord uit 2013. Het doel is 125.000 banen creëren: 25.000 bij de overheid en 100.000 in het bedrijfsleven. Hiervoor is een stappenplan gemaakt dat een uitvoeringsperiode bestrijkt van twaalf jaar. De bouw-cao voorziet in een bijdrage hieraan door de sector naar rato. De gezamenlijke sectorpartijen in de bouw hebben deze week een website (www.wieklaartdeklus.nl) gelanceerd met praktische informatie over het banenplan. De uitvoering van het Sociaal Akkoord gebeurt op vrijwillige basis, maar het Rijk heeft een stok achter de deur. Als de resultaten beneden de maat blijven, volgen alsnog wettelijke quota.
Zie ook: Volop keus uit ruim 400.000 mensen
Volop keus uit ruim 400.000 mensen
Een bouw-cao die voorziet in meer lage loonschalen. Subsidies. Coaching. Een reeks maatregelen maakt het in dienst nemen van mensen met beperkt arbeidsvermogen aantrekkelijker.
Bart Mullink
Een bedrijf dat als geen ander twijfels kan wegnemen over de kansen om in de bouw mensen met een arbeidsbeperking succesvol aan werk te helpen, is Klink-Nijland uit Raalte. Dit gww-bedrijf nam sinds 2012 35 mensen aan uit deze groep. Met het oog op een goede begeleiding nam Herman Kleine Koerkamp de taak op zich van opleidingscoördinator. Omdat regelmatig de beperking blijkt te bestaan uit psychische of sociale problemen, wordt ook daaraan gewerkt, met deskundige hulp.
Voor de bbl-opleiding heeft het bedrijf een eigen leslokaal ingericht. Het Deltion College verzorgt er elke vrijdag de theorielessen. “Dit is voor de leerlingen een betere omgeving om les te krijgen dan een ROC. Tussen de grote aantallen andere leerlingen daar, zouden de meesten het niet redden.”
Bijzondere doelgroep
Klink-Nijland heeft ongeveer vijftig medewerkers. Het aandeel van de bijzondere doelgroepen is dus groot. “We proberen natuurlijk geschikte mensen uit te zoeken. Vaak blijken dat vervolgens uitstekende, enthousiaste werkers.”
Een deel van de genoemde 35 is inmiddels doorgestroomd naar andere werkgevers. Bijvoorbeeld als opperman bestratingen, met een diploma bbl-2 op zak. Dertien zijn er nu nog in dienst bij Klink-Nijland. Gediplomeerd intussen of nog in opleiding.
Wajongers
Aan het resultaat van het sectorproject ‘Wajong werkt in de bouw’ in 2014 droeg Klink-Nijland destijds flink bij. “Dat dit project ook in zijn geheel een succes was, illustreert, volgens Jansen, dat de bouw mits eraan wordt getrokken zijn eigen doel kan overtreffen. In plaats van de beoogde zeventig plaatsingen bleken het er eind 2014 ruim honderd te zijn. Zonder verdere sectorale ondersteuning wist het UWV vorig jaar nog zo’n vijftig Wajongers aan de slag te krijgen in de bouw.
Dat ondersteuning, zoals die in 2014 door Fundeon werd gegeven, geen overbodige luxe is, maakte de neergang in 2015 wel duidelijk. Vorig jaar blijkt ook nauwelijks onder andere doelgroepen dan Wajongers te zijn geworven. Jansen plaatst hierbij wel een kanttekening: het achterhalen van cijfers bij het UWV, over die Wajongers, is simpel. Bij de gemeenten blijkt dit veel moeilijker te zijn. En die gaan overwegend over de overige doelgroepen (wsw-geïndiceerden, mensen in de bijstand, et cetera).
Minimumloon
Onder de beoogde 125.000 van het Sociaal Akkoord vallen allerlei mensen die om uiteenlopende redenen niet in staat worden geacht op eigen kracht het minimumloon te verdienen. Jansen is ervan overtuigd dat buiten het zicht van turvende instanties in de bouw ook al veel mensen met uiteenlopende beperkingen aan het werk gaan en blijven. “Van oudsher zie je bouwbedrijven, vooral de familiebedrijven, goed zorgen voor hun mensen. Als deze dreigen uit te vallen, doen ze hun uiterste best een oplossing te vinden. Als we zouden meerekenen wat autonoom al gebeurt, denk ik dat de bouw een behoorlijke bijdrage levert in de geest van het banenplan. Maar meetellen daarvoor doen alleen extra banen voor de doelgroep, bovenop de bestaande banen.”
Reputatie
Redenen voor bedrijven zijn er legio om met de doelgroep in zee te gaan, onderstreept hij. “Ze kunnen zo invulling geven aan eigen mvo-doelstellingen of die van opdrachtgevers. Bijvoorbeeld als die op de proppen komen met social return-eisen. Maar ook los daarvan draagt het bij aan de reputatie van de onderneming. Verder kan het een manier zijn om je ervan te verzekeren ook in de toekomst over voldoende bekwame medewerkers te beschikken.
Voor een lagere arbeidsproductiviteit bestaat financiële compensatie. En in de cao is tegenwoordig een speciale loonschaal ingericht voor mensen met een beperking.”
Van hen kunnen, weet hij zeker, velen zich “met goede begeleiding en in een stabiele omgeving” ontwikkelen tot goede vakkrachten. Een optie is ook om eenvoudig werk bij een aantal medewerkers weg te halen en dit te verzamelen in één nieuwe functie. Dat is een oplossing die enige organisatie vergt, onderkent hij. “Veel eenvoudig werk is de laatste jaren juist bij bedrijven verdwenen. In de onderste loonschalen zijn er vaak nauwelijks nog medewerkers. Zo bezien moeten we een stukje terug in de tijd. Misschien niet door weer eenvoudig werk te creëren maar wel door het eenvoudige werk dat zich nog in de verschillende functies bevindt eruit te halen.”
Uithangbord
Succesvolle voorbeelden uit de praktijk vormen zijn uithangbord. “Werkgevers laten achteraf weten dat de praktijk ze enorm is meegevallen. Onbekend maakt onbemind. Vooroordelen blijken het sterkst bij bedrijven die nog nooit met iemand uit de doelgroep in zee zijn gegaan. Zoals dat ze vaak uitvallen. Weinig snappen. Permanent sturing nodig hebben. En uiteindelijk toch alles nog in het honderd laten lopen. Natuurlijk bestaan zulke mensen. Maar de doelgroep is groot, ik schat dat alles bij elkaar wel meer dan 400.000 mensen hiertoe zijn te rekenen. In elk geval zijn er veel kansen om tot een geschikte match te komen.”
Om dat laatste te bevorderen, zijn profielen ontwikkeld van geschikte functies bij bouwbedrijven en de hiervoor vereiste kwalificaties. Motivatie blijkt in de ogen van werkgevers steevast de belangrijkste kwaliteit. “Wie wil aanpakken, kan een heel eind komen. Leren doe je voor het grootste deel in de praktijk. Maar zonder een goede motivatie zal het niet lukken. Aan andere beperkingen valt meestal wel een mouw te passen.”
________________________________________________________________
________________________________________________________________
‘Flexibele cao architecten vertevigt positie zzp’er’
Bart Mullink
De architectenbranche stevent af op de meest flexibele cao ooit. Vaste contracten worden flexibeler en de positie van zzp’ers wordt versterkt, is de bedoeling van de vertegenwoordigers van werkgevers en werknemers.
De onderhandelingen voor de nieuwe collectieve arbeidsovereenkomst voor architectenbureaus beginnen in januari. In maart loopt de huidige tweejarige cao af. De bedrijfstakorganisatie Stichting Fonds Architectenbureaus (SFA) heeft in opdracht van de cao-partijen onderzocht of de cao een “bredere paraplufunctie” valt te geven, voor zowel werknemers als opdrachtnemers (zzp’ers). De inzet is meer maatwerk en een nieuwe benadering van vast en flexibel.
“De markt voor architectenbureaus”, schetst SFA-directeur Huub de Graaff, “is zo prijsconcurrerend geworden dat arbeidsvoorwaarden zwaar onder druk zijn komen te staan. De traditionele baanzekerheid behoort inmiddels tot het verleden, instroom en doorstroom van kennis en ervaring haperen en zzp’ers komen op een voor hen ongeregelde markt.”
Hij onderstreept het belang van een gelijk speelveld, dat wordt ondermijnd doordat bureaus zijn gaan concurreren op arbeidsvoorwaarden, ondanks de cao. “Met alleen een cao voor werknemers schiet je hier weinig op. Er zijn veel ontslagen gevallen. Terugkeer in vaste dienst is voorlopig niet aan de orde, voor de ontslagenen begint een zoektocht als zzp’er. De branche dreigt zichzelf kapot te maken met steeds minder werknemers en steeds lagere tarieven voor zzp’ers.”
Verandering
Door de zzp’ers erbij te trekken, neemt de reikwijdte van de cao toe, maar is het geen cao meer in de traditionele betekenis. “Je kunt spreken van een collectieve arbeids- en opdrachtovereenkomst noemen, een caoo dus.” Medewerkers van architectenbureaus kunnen daarin, licht De Graaff toe, werknemer zijn, opdrachtnemer of een combinatie van beide. We moeten deze verschillende mogelijkheden faciliteren, inclusief afspraken over een financiële bodem.
Aanleiding voor de beoogde aanpak zijn de ontwikkelingen in de markt. Het is bij bureaus gedaan met de stabiele opdrachtenstromen en voor lang gevulde orderportefeuilles. De hoeveelheid werk fluctueert sterk. Opdrachtgevers gaan vooral voor de laagste prijs en bureaus kunnen daarin voorzien door te bezuinigen op arbeidsvoorwaarden.
Volgens De Graaff wordt het “de nekslag voor de branche” als bureaus zo met elkaar blijven concurreren op salarissen en honoraria. Hij schetst een gegroeide praktijk van ‘gerommel’ met stagecontracten, faillissementen met doorstart om goedkoop van werknemers af te komen en werklozen die zich voor niets aanbieden om mee te kunnen blijven doen. Maar ook een vast dienstverband blijkt steeds minder zekerheid te bieden. “De goeden die lijden zeer want het wordt onbetaalbaar voor ze.”
Lees verder: interview met Huub de Graaff
17 december 2014/Cobouw