Energie

Nieuwe woning, zonnepanelen liggen verderop

Zonne-energie heeft de toekomst maar niet alle daken zijn geschikt voor pv-panelen. BPD en Solar Green Point hebben een alternatief ontdekt. Zij koppelen woningen die in de schaduw staan van bomen, aan een zonnecentrale in de buurt.

Bart Mullink

Zonnepanelen dragen bij aan de epc-score. Of ze de berekende bijdrage aan de energieprestatie echt waarmaken, maakt voor de berekening niet uit. Maar in de praktijk zullen de prestaties van panelen als ze ongunstig liggen flink achterblijven.

Eventueel kun je daarover als bouwer je schouders ophalen. In Vught is een elegantere oplossing bedacht waarbij de bijdrage aan de epc overeind blijft. Aannemer Berghege uit Oss bouwt voor BPD (voorheen Bouwfonds Ontwikkeling) vrijstaande woningen in een lommerrijke omgeving. De volgroeide bomen stammen uit de tijd van de voormalige Frederik Hendrikkazerne. Ze zijn ingepast in het nieuwe ruimtelijk ontwerp. Daar werpen ze hun schaduwen op de nieuwe daken.

“Behalve een bijdrage aan de epc-berekening zien we van pv-panelen ook graag dat ze goed werken”, verklaart Marc Rijs van BPD. Een alternatief zonder schaduw werd gevonden op het dak van de voormalige De Gruyter-fabriek in Den Bosch. Daar ontwikkelt Solar Green Point een grote zonnecentrale. Deelname hierin wordt, zo is de opzet, onderdeel van het eigendom van de woningen.

Externe pv-panelen mogen volgens het Bouwbesluit meetellen voor de energieprestatieberekening van nieuwbouwwoningen. Toch werd volgens Rijs – en Stan Verheijen van Solar Green Point beaamt het – van deze mogelijkheid nooit eerder gebruik gemaakt.

Iets vergelijkbaars gebeurt wel veel bij een andere vorm van externe energielevering: stadsverwarming. Waar dit een beproefd recept is, blijkt de in Vught gekozen oplossing voor zonne-energie een nieuw pad met praktische, juridische en financiële hobbels. Zodra het pad beter is geëffend, worden volgens Verheijen ook in de bouw externe pv-toepassingen op veel grotere schaal mogelijk.

Vaart

Een zonnecentrale mag, om mee te tellen voor de epc, maximaal 10 kilometer van een bouwproject liggen. Ook moet de ontwikkeling gelijktijdig plaatsvinden. Als de aanleg van zonnecentrales vaart krijgt, kunnen in de toekomst naar verwachting meer bouwprojecten aan de eisen voldoen.

Een hobbel is ook, dat om voor hypotheekrenteaftrek in aanmerking te komen, de zonnepanelen “aard- en nagelvast” aan de woning moeten zitten. “In Vught brachten de kopers eigen geld mee waardoor de hypotheekkwestie kon worden omzeild. Maar in het goedkopere segment is veel vaker sprake van volledige financiering. Banken weten ook nog niet hoe ermee om te gaan. Er is discussie over de vraag of zoncertificaten wel mogen worden meegenomen in de hypotheek.”

Solar Green Point heeft de afgelopen jaren negen grote centrales gerealiseerd met, om economische redenen, bij voorkeur minstens vijfhonderd panelen. Ongeveer tien zijn er in ontwikkeling waaronder die op het terrein van de voormalige De Gruyter-fabriek. Hier komen in totaal duizend panelen. Wie zoncertificaten koopt, wordt mede-eigenaar van de coöperatie die de centrale exploiteert. De 26 kopers in Vught nemen samen ruim 200 certificaten af, goed voor evenzoveel panelen. Met de 240 die er al lagen, gaat het totaal richting vijfhonderd. Voor de derde fase van het Stadhouderspark waarvoor BPD in de startblokken staat, wordt weer dezelfde formule toegepast.

Veel daken ongeschikt

Veel daken, vooral in binnenstedelijke omgevingen, zijn niet of minder geschikt voor zonnepanelen, weten Rijs en Verheijen. Ze staan in de schaduw van andere gebouwen of van bomen of de zonoriëntatie is ongunstig. Ook dakkapellen kunnen een belemmering zijn. “Deelname in een zonnecentrale maakt het in zulke gevallen toch mogelijk om zelf elektriciteit op te wekken.” Zonnecentrale-certificaten zijn ook los van bouwprojecten aan te schaffen, zo onderstreept Stan Verheijen. “Zo is het eerder altijd gegaan. De epc-score van woningen speelt nu pas voor het eerst een rol.” Het zogeheten salderen zit er in dit Vughtse model niet in. Ook al nemen de kopers vrijwillig nog zoveel zoncertificaten, nul op de (elektriciteit)meter zal hun woning er niet van worden. De zonnecentrale valt wel onder de SDE+-subsidieregeling voor duurzame energie. Deze voorziet in een bijdrage op basis van opgewekte energie. Financieel pakt dit volgens de ontwikkelaars vergelijkbaar uit.

8 februari 2016/Cobouw 

___________________________________________________________________

‘Bouwlobby moet van de rem af’

Bart Mullink

De bouw krijgt meer en meer door welke “gouden kansen” het Energie- en het Klimaatakkoord bieden, meent Leen van Dijke, voorzitter van Stroomversnelling. Voor de achterblijvers in de sector die op de rem blijven staan, ziet hij het somber in.

De belangrijkste brancheorganisaties hebben volgens Van Dijke nog steeds te weinig oog voor de potentie van de verduurzamingsopgave om werk te genereren. “De aandacht is er”, formuleert hij, “verdeeld en gaat telkens ook weer uit naar verloren discussies. Zoals het verzet tegen aanscherping van de epc. Met een beetje visie had iedereen al lang geleden kunnen zien dat die aanscherpingen juist een enorme kans zijn om te innoveren. En vervolgens te tonen dat je met gemak nog een heel eind voorbij de gestelde normen komt.”

Bouwvolume

De agenda van Stroomversnelling om op innovatieve wijze de gebouwde omgeving op termijn helemaal energieneutraal te maken, gaat volgens hem nu snel landen in de bouwsector. Dat merkt hij onder meer aan het groeiende aantal “aansprekende partijen” dat zich inschrijft als lid. “Als het geld dat in de gebouwde omgeving opgaat aan energie beschikbaar komt voor investeringen, krijg je er een enorm bouwvolume bij. Dat besef dringt nu snel door.”

Het gaat, rekent hij snel voor, om miljarden euro’s per jaar. “In principe is op jaarbasis 13 miljard euro beschikbaar; het bedrag dat nu nog wordt besteed aan gas en elektriciteit.”

Achterblijvers

Jammer vindt hij het dat de bouwlobby in plaats van gas bij te geven nog te vaak op de rem staat. “De makke van brancheorganisaties is dat ze niet zomaar innovatieve koplopers in de bouw in de schijnwerpers kunnen zetten. Organisaties voelen zich ook verplicht om de achterblijvers te bedienen. De bedrijven die blijven doen wat ze tien jaar geleden ook al deden. Ik zou me als brancheorganisatie niet zo druk maken om die achterblijvers en juist de koplopers faciliteren.”

Hij is ervan overtuigd dat de bouw hoe dan ook ingrijpend verandert. “Wie daarin niet mee gaat, zal het in de toekomst moeilijk krijgen.” Het is, zo is zijn overtuiging, meegaan of, uiteindelijk, verdwijnen. “De branchevereniging is te vaak de hoeder van de lantaarndrager in plaats van de facilitator van vernieuwing.”

Versnellen

Het zou wat hem betreft mooi zijn als “de bouwsector zou versnellen om doelen van het Energieakkoord in 2020 alsnog te halen”. Nu nul-op-de-meterrenovaties snel kunnen worden opgeschaald, is hiermee naar zijn stellige overtuiging de achterstand in andere sectoren in te lopen. De plaatsing van windmolens op land bijvoorbeeld verloopt moeizamer dan verwacht. “We kunnen in de bouw door een industriële aanpak in combinatie met de energieprestatievergoedingen snel meters maken. Veel te weinig bouwers oriënteren zich nog op deze agenda.

‘MKB kan ook koploper zijn op nieuwe markt’

Energie is de motor, duurzaamheid het resultaat

Grootschalige renovatie van bestaande bouw levert de komende jaren een gigantische nieuwe markt op, weet Leen van Dijke. De onvermijdelijke industriële aanpak zal de sector op zijn kop zetten, maar ook kleine bedrijven kunnen een belangrijke rol blijven vervullen, is zijn overtuiging.

Bart Mullink

Een misvatting noemt Leen van Dijke de gedachte dat de noodzakelijke vernieuwing van de sector van de grote bouwers moet komen. “Zeker. We zien een beweging bij de grote bouwers om echt te gaan industrialiseren. Dat juich ik toe. Maar het is niet zo dat kleinere bouwbedrijven in deze ontwikkeling geen rol kunnen spelen, of er minder geschikt voor zijn.”

Er zijn, verklaart hij stellig, zeer innovatieve kleine bouwbedrijven. “Als ik kijk naar de toekomst van de bouwsector, dan verwacht ik juist veel van het midden-, en zeker ook het kleinbedrijf. Omdat het mkb van oudsher veel dichter bij de woonconsument staat dan de grote bouwers. Ik zie er eveneens veel innovaties. Sommige kleine bedrijven zijn in staat om zomaar een grote bouwer voorbij te streven als het gaat om innovatiekracht.”

De vraag die rijst is of ze met die kracht een antwoord kunnen ontwikkelen op de industrialisering, en de daarbij behorende grootschalige productie. Daarover is Van Dijke opvallend optimistisch. “Natuurlijk: als een kleine bouwer alles helemaal zelf wil produceren, kan hij geen schaal maken. Maar je hoeft niet alles zelf te maken. Een bedrijf kan van de industrie een gereed product afnemen en dat plaatsen, onder gecertificeerde omstandigheden.”

Service

Een belangrijke ontwikkeling waarin hij verder goede kansen ziet voor het mkb, speelt zich in de fase hierna af: “Kleine lokale bedrijven zijn bij uitstek geschikt om voor service te zorgen tijdens de gebruiksperiode, om de woonconsument op allerlei manieren te voorzien in diens behoeften.” Deels zullen deze behoeften bouwkundig of anderszins technisch van aard zijn. Bijvoorbeeld bij aanpassingen aan de woning in het kader van een zorgvraag. “Dat zal gepaard gaan met nieuwe vormen van techniek. “Zo ontstaan, bijvoorbeeld door domotica, mogelijkheden om nieuwe verbindingen te leggen tussen een woning en degene die zorg verleent.”

Technische expertise

Gauw blijkt het aan te komen op meer dan technische expertise. “Bedrijven krijgen een rol die, behalve op techniek, ook zal zijn gebaseerd op sociale betrokkenheid bij de bewoners of gebruikers van gebouwen. De sociale wetenschappen doen hun intrede in de bouw. Bedrijven moeten zich, net als verschillende andere industrieën zijn gaan doen, verdiepen in denkbare behoeften waarin valt te voorzien, en oplossingen aanreiken. Hierdoor ontstaan kansen om met nieuwe proposities, en vooral ook diensten, waarde toe te voegen.”

Bouwers zullen, denkt hij, verschillende rollen kunnen blijven kiezen. Eén optie biedt volgens hem nadrukkelijk geen perspectief: “Als je de agenda van de toekomst negeert en blijft hangen in de manier van werken die je tien jaar geleden ook al had, en dat zie ik nog best veel, ben je over een aantal jaren out of business.”

Aansluitend op het programma van het Energieakkoord moeten vanaf 2020 de nog veel ambitieuzere doelen van het Klimaatakkoord worden gerealiseerd. Om in 2050 een energieneutrale gebouwde omgeving te hebben, moet de komende decennia heel veel werk worden verzet. Naast circa 7 miljoen woningen strekt de opgave zich uit tot scholen (“Ook om het binnenklimaat een urgente opgave”), kantoren, zorgvastgoed, winkels en bedrijfspanden.

Energie, en dan vooral de energierekening, wordt de financiële motor. Maar het doel is duurzaamheid in de volle breedte, onderstreept Leen van Dijke. “Daarbij gaat het ook om wooncomfort en de aantrekkelijkheid van woningen, buurten en wijken op de langere termijn, inclusief bijvoorbeeld klimaatbestendigheid door duurzaam waterbeheer.”

Regelgeving

Subsidie zal over het algemeen niet nodig zijn, voert hij aan als nog een argument om vol voor deze opgave te gaan. “Ik ben over het algemeen niet zo voor subsidie. Te vaak zie ik dat dergelijke instrumenten zijn gericht op wat we van eergisteren kenden, in plaats van op oplossingen die de toekomst hebben. Ik zou eerder focussen op het anders aanwenden van bestaande geldstromen. ”

Regelgeving kan wel helpen, overweegt hij, maar het belangrijkste instrument om de realisatie vaart te geven, is wat hem betreft de energieprestatievergoeding (epv). “Nu hiervoor de weg is geëffend, kan Stroomversnelling volgens hem snel vaart krijgen. Voor een standaard rijtjeswoning komt het erop neer dat de huurder of eigenaar de gemiddelde energierekening van alles bij elkaar opgeteld 170 euro per maand inruilt voor een energieprestatievergoeding. Tegen gelijkblijvende of zelfs lagere woonlasten krijgt woonconsument dan behalve een energieneutrale ook nog een veel betere woning.”

Deze succesformule is binnen Stroomversnelling eerst uitgewerkt voor rijtjeshuizen uit de periode 1945 -1990. De reden is dat deze woningen seriematig zijn gebouwd waardoor er ook relatief eenvoudig industriële renovatieconcepten voor zijn te bedenken. “Daarvan staan er zoveel, hiermee kunnen we de eerste jaren flinke slagen maken.”

Vijf miljoen woningen

In totaal vijf miljoen woningen zijn, schat de Stroomversnelling-voorzitter, op termijn te renoveren volgens de nul-op-de-meterformule. Dat wil zeggen met een industriële aanpak en woonlastenneutraal door de energieprestatievergoeding. “Laten we met de makkelijkste woningen beginnen. De moeilijkere woningtypen komen dan later aan de beurt. Denk aan hoogbouw met meer dan vier à vijf woonlagen en zeker ook de allemoeilijkste categorieën zoals monumenten en oudere herenhuizen. De gegroeide kennis en ervaring zal daarbij van pas komen.”

Duidelijk is volgens hem wel dat een monument niet in zijn geheel met een industrieel concept te renoveren zal zijn. “Wel zullen er in de loop van de jaren steeds meer industrieel vervaardigde renovatie-elementen komen die ook goed zijn toe te passen in monumentale gebouwen. Een aantrekkelijk kenmerk hierbij van de industriële aanpak is bovendien dat je zonder noemenswaardige meerkosten allerlei variaties kunt maken.”

Net als bouwers zullen opdrachtgevers in zijn ogen de aanpak van de toekomst moeten omarmen. De praktijk waarbij corporaties en ook veel particulieren mikken op renovaties met hooguit een paar labelstappen, maakt wat hem betreft plaats voor één in alle opzichten veel efficiëntere ultieme stap. Een die gelijk voldoet voor minimaal de eerstkomende 40 jaar. Aan huurders en eigenaren zal het naar zijn verwachting niet liggen. “Als er maar aantrekkelijke proposities komen. De gerealiseerde voorbeelden blijken mensen ook sterk te overtuigen.”

18 januari 2016/Cobouw

__________________________________________________________________

‘Buren maakten elkaar enthousiast’

Huurders die in de rij staan voor nul-op-de-meterrenovaties. BAM en corporatie Woonwaard laten zien hoe je dat voor elkaar krijgt. Buren maken elkaar enthousiast, waardoor zelfs de eis van 100 procent vrijwillige deelname geen probleem is.

Bart Mullink

Ondanks evidente voordelen voor huurders blijkt het vaak een flinke opgave om ze te enthousiasmeren voor energiebesparingprojecten. Ze meekrijgen, is geenszins gegarandeerd. Een plooi die BAM en Woonwaard in Heerhugowaard effectief weten glad te strijken.

De toegepaste formule bestaat uit een combinatie van aanbod, presentatie en een proces waarin de bewoners een leidende rol hebben. Dat de aanpak zo goed aansloeg, heeft de aannemer en de corporatie toch nog plezierig verrast, verklaart Walter Volgers van Woonwaard. Rijtjeshuizen uit de jaren vijftig, zestig en zeventig zijn ruim voorhanden in het werkgebied van Woonwaard. Ze vormen een goed gevulde ruif voor de beoogde bijna 650 woningen in Alkmaar en Heerhugowaard die de corporatie de komende jaren wil aanpakken in het kader van de Stroomversnelling.

Woonwaard biedt in samenwerking met BAM een model aan dat financieel aantrekkelijk is voor zowel huurders als verhuurder. De huurder krijgt tegen gelijkblijvende kosten een energienotaloos en bovendien comfortabeler huis. Een huis waarin tocht, vocht en koude voeten tot het verleden behoren en dat er bovendien visueel op vooruitgaat. Als extra bonus krijgen ze ook nog een vernieuwde keuken, badkamer en toilet. De huurders gaan in plaats van de energienota een energieprestatievergoeding betalen, gebaseerd op hun voormalige individuele energierekening maar maximaal 159 euro.

Prototype

De kiem voor het succes werd gelegd met een prototype: een proefwoning in een huizenblok met zes woningen. Hier konden omwonenden zien wat ze ongeveer konden krijgen. Volgers: “Aanvankelijk hadden we verder weinig sprankelende middelen om het concept te presenteren, zoals de films die tijdens en na de uitvoering zijn gemaakt. Omdat het iets nieuws was, wilden we er ook nog niet te veel mee aan de weg timmeren. Alleen de direct omwonenden waren uitgenodigd om te komen kijken.”

Zien bleek geloven. De aanloop werd snel groter. Het nieuws gonsde door de buurt, meer open dagen moesten worden georganiseerd. Mensen kwamen en gingen, om even later terug te komen met de buren, schetst hij. Anderen gingen met een handtekeningenlijst rond om de resterende buren mee te krijgen. Belangrijk om aan de beurt te komen, begrepen ze goed. Want de aanpak geschiedt uitsluitend bloksgewijs en 100 procent vrijwillige deelname is een voorwaarde.

“Het resultaat was dat we meer aanmeldingen kregen dan we woningen konden aanpakken.” Woonblokken waarin een of meer bewoners aarzelingen hielden, vielen onverbiddelijk buiten de boot. “We gaan met iedereen in gesprek maar willen mensen niet pushen. Ze moeten het zelf willen. Misschien lukt het dan later wel.”

Het eerste blok van zes woningen was een jaar geleden aan de beurt. Daarna werden nog 49 woningen aangepakt. De resterende circa zeshonderd woningen in het kader van de Stroomversnelling-deal volgen, is de ambitie, de komende jaren.

Voorkomen moet in elk geval worden, is de overtuiging, dat bewoners beren op de weg zien waardoor ze op de rem gaan staan. Als ze later daadwerkelijk tevreden zijn over het resultaat, worden ze bovendien ambassadeurs. Ze dragen er dan aan bij dat nieuwe projecten steeds makkelijker van de grond komen.

Het contact met de bewoners verliep voor het grootste deel via BAM. Een taak die de bouwer blijkbaar kan worden toevertrouwd. Uit een eerste evaluatie komt wel naar voren dat huurders de corporatie wat meer zichtbaar aanwezig hadden willen zien tijdens het proces. Volgers: “Daarom zal Woonwaard voortaan vaker komen buurten en aanwezig zijn bij gelegenheden zoals de ondertekening van de energieprestatieverklaring.”

Nog een punt van kritiek: “We vernemen dat mensen de uitvoering toch heftig hebben gevonden. Ze krijgen tien dagen lang veel mensen en allerlei apparatuur over de vloer.” Een reden om het proces aan te passen. “Ook moeten we voorkomen dat er fouten worden gemaakt. Al zijn het maar kleine. Ze maken mensen ontevreden en dan verdwijnen de positieve aspecten naar de achtergrond.”

Het zijn relatief zaken die weinig afdoen, stelt de corporatieman, aan het succes. Een succes dat hij toeschrijft aan zowel het product als het enthousiasme bij mensen van BAM en de corporatie. De huurders verdienen in zijn ogen eveneens een pluim. “We hebben het met ze getroffen. Ze begrepen het concept en de communicatie verliep gemakkelijk doordat ze de Nederlandse taal goed machtig waren. Dat is niet altijd het geval.”

‘Zien is geloven’

Anke van Hal: Dat zien geloven is en peer-pressure werken blijkt wel uit het Stroomversnellingsproject van BAM en Woonwaard. Doordat de pilotwoning boven verwachting aantrekkelijk was geworden ontstond het idee bewoners niet te proberen te overtuigen op basis van argumenten maar te laten kiezen op basis van de aantoonbare kwaliteit. Bewoners staken elkaar vervolgens met hun enthousiasme aan. Deze aanpak bewijst de aantrekkelijkheid van een goed product. Waarbij het overigens de vraag is in hoeverre de hoge energiekwaliteit de doorslag gaf. Misschien gaven andere kwaliteitsaspecten, zoals de brede vensterbanken, wel de doorslag. Feit is een ongekend hoge huurdersinstemming. Een voorbeeld om te volgen dus.

Anke van Hal is hoogleraar duurzaam bouwen aan de TUDelft en Nyenrode en mede-initiatiefnemer van kennisplatform Homemates (www.Homemates.nl).

HomeMates

Samen met HomeMates besteedt Cobouw dit voorjaar aandacht aan succesvolle renovatieprojecten met hoge energieambities. HomeMates is een onafhankelijk kennisplatform dat de slagingskans van energiebesparingsprojecten in de bestaande woningvoorraad wil vergroten. Het is een initiatief van de leerstoel Sustainable Building van professor Anke van Hal. HomeMates vraagt specifiek aandacht voor de onderbelichte derde succesfactor bij renovatieprojecten, naast een goede techniek en voldoende budget. Dan gaat het om: samen willen, samenbrengen en samenwerken.

In een serie artikelen belicht Cobouw vijf voorbeelden waarin ‘samen’ een grote rol heeft gespeeld. Lees de artikelen hier: 

‘Het mes snijdt aan ontelbaar veel kanten’
Energiesprong reddende engel voor VvE
Met pakkende strip van label G naar B
‘Verwonderen met frisse kijk op energie’

27 februari 2015/Cobouw