Thailand en Nederland buigen zich over waterproblematiek
Bart Mullink
Het Nederlandse bureau Van Bergen Kolpa Architecten heeft zich met Thaise en Nederlandse collega’s en de Silpakorn Universiteit in Bangkok gebogen over de mogelijkheden van steden om goed te leven met water.
De samenwerking was in eerste instantie gericht op het zoeken naar oplossingen in het laaggelegen Bangkok maar de inzet reikt verder, deze kan vast ook Nederland tot voordeel dienen, was de gedachte erachter.
De extreme wateroverlast die Thailand eind 2011 in het wereldnieuws bracht, overschaduwde een ander gegeven: dat de bevolking met de geregelde overstromingen van oudsher uitstekend weet om te gaan. Dijkenbouw en het droog houden van land dat daarachter ligt, is Nederlands vakmanschap bij uitstek. De ontwikkeling van watersteden en het omgaan met de grillen van de natuur, blijkt een kunst die Thai uitstekend verstaan, reden te bezien wat Nederland daar van kan opsteken.
19 februari 2013/ Cobouw
Watersector schiet overstroomd Thailand te hulp
Bart Mullink
De Nederlandse watersector schiet de Thaise regering te hulp bij het beteugelen van de huidige ernstige wateroverlast. Eerst bij het nemen van crisismaatregelen, vervolgens met het maken van plannen voor de middellange en langere termijn.
In Bangkok neemt de spanning toe. Terwijl de rivierafvoer hoog blijft, staat nu ook een springvloed voor de deur die de afvoer naar zee bemoeilijkt. De vraag is hoe de dijken het onder die omstandigheden zullen houden.
Rivier- en overstromingsdeskundige Adrie Verwey van kennisinstituut Deltares is toegetreden tot het crisiscentrum dat de regering heeft ingesteld. Vanaf het voormalige internationale vliegveld Don Muang in Bangkok coördineert dit de noodmaatregelen.
Als de ellende met het hoogwater voorbij is, begint het voorbereidende werk voor een integraal waterbeheerplan voor geheel Thailand. Daarbij wordt het hele stroomgebied van de grote rivieren tegen het licht gehouden. “Ik heb van alle kanten hulp nodig”, zei premier Ying Luck tijdens een persconferentie. Ze deed een emotionele oproep aan de oppositie en aan andere bestuurslagen, die traditioneel allemaal hun eigen agenda hebben.
> pagina 7: Oplossing waterproblemen Thailand mogelijk
‘Oplossing waterproblemen Thailand mogelijk’
Voor waterbouwkundige werken moet je bij de overheid zijn. Dat geldt wereldwijd. Ook in Thailand, weet de sector.
< Vervolg van pagina 1
Deze wachtte de huidige wateroverlast niet af. Vanwege de jaarlijks terugkerende overstromingen organiseerde het samenwerkingsverband Netherlands Water Partnership (NWP) eerder dit jaar een verkenningsmissie naar Thailand.
Dat het zó erg zou worden, was toen nog niet bekend. Wel duidelijk was dat de problemen structureel zijn. Het inzicht groeide dat een integrale aanpak op landelijke schaal noodzakelijk is, verklaren Lies Janssen en Tjitte Nauta. De eerste is vanuit het NWP betrokken bij de verkenningen in Thailand. De tweede als regiomanager Zuidoost-Azië bij kennisinstituut Deltares.
Nauta: “Het gaat in Thailand niet alleen om wateroverlast. Daarnaast zijn er problemen met droogte en moet iets worden gedaan aan bijvoorbeeld kusterosie en de waterkwaliteit.” Deze zaken zijn volgens hem zeker oplosbaar “maar de aanpak zal wel een zaak zijn van langere adem. “Na de noodoplossingen voor de acute problemen kan Nederland volgens hem goed helpen bij de ontwikkeling en realisatie van plannen voor de middellange en lange termijn.
Begin
Het recept uit Nederland is een landelijk, integraal waterbeleid. Het gaat in de Thaise situatie om zaken als ruimtelijke ordening, het creëren van meer ruimte voor rivieren, de aanleg van omleidingskanalen en betere verdedigingslinies tegen het water. Bij wijze van goed begin denkt Nauta aan een aantal ‘no regret-maatregelen’: ingrepen waarvan zeker is dat ze werken en die later niet achterhaald kunnen blijken.
De waterafvoer in het laagland waarin Bangkok ligt, is al vergaand gereguleerd. Maar veel maatregelen zouden nog teveel los van elkaar worden getroffen en te weinig samenhang hebben. Zo staan stroomopwaarts stuwdammen die de afvoer kunnen temporiseren en tegelijk een waterbuffer opbouwen voor de droge tijd (en energie leveren). Stuwmeren zaten vol terwijl het bleef regenen. Nu moet op een ongunstig moment worden gespuid. “Een goed operationeel modelinstrumentarium kan hier van grote waarde zijn.”
De Nederlandse bijdrage heeft een zakelijk karakter. Financiering uit het ontwikkelingshulpbudget zit er niet in. De Nederlandse regering beschouwt Thailand niet als ontwikkelingsland. Het voorbereidende werk voor een integraal waterplan dat de komende tijd van start gaat, gebeurt vooralsnog met geld uit het Thaise zakenleven.
Concurrentie
Bij prolongatie door de regering komt er werk aan de winkel voor de adviessector.De huidige overstromingen creëren een momentum om al jaren bekende problemen aan te pakken, is de hoop die breed leeft. Aan de uitvoering kunnen ook waterbouwers zoals Boskalis en Van Oord een bijdrage leveren. Maar bij de aanbesteding zullen ze wel felle concurrentie ondervinden van spelers uit onder meer China, Japan en Korea, weten Janssen en Nauta.
Asbest overspoelt ontwikkelingslanden
Bart Mullink
Een nieuwe golf asbestslachtoffers is in aantocht. In derdewereldlanden maken de minerale-vezelproducten furore als goedkoop bouwmateriaal voor de armen. Aandacht voor de bijzondere risico’s is afwezig; reden om het ergste te vrezen.
Westerse landen zijn met het gebruik de derde wereld voorgegaan. De ziekte openbaart zich gemiddeld na veertig jaar. Het International Labour Office (ILO) schat dat tussen 1995 en 2029 in West-Europa 250.000 mensen sterven aan asbestgerelateerde ziekten. Dat is maar een klein deel van wat wereldwijd op stapel staat.Harde cijfers ontbreken. Er is slechts betrouwbare informatie uit de landen met een goede registratie, bijvoorbeeld die in Noord-Europa. Door deze te extrapoleren komt het ILO op 100.000 slachtoffers per jaar. Maar het bureau weet dat die berekeningsmethode ontoereikend is. In de derde wereld gaan in verhouding veel meer slachtoffers vallen; een gevolg van de onbezonnen omgang met het materiaal. Door het veelal recente gebruik moet de grote klap nog komen.
Argumenten
De Utrechtse advocaat Bob Ruers is gespecialiseerd in asbestzaken en werkt aan een promotieonderzoek naar de berichten in het verleden over de schadelijkheid van asbest en de reactie van de bedrijfstak daarop.Die geschiedenis is gevoeglijk bekend: net als de tabaksindustrie, bleven asbestbedrijven erop hameren dat gevaren voor de gezondheid niet bewezen waren. Ook toen de twijfel daarover nihil was.Ruers ziet een opvallende gelijkenis met wat nu in de Derde Wereld gebeurt: “De industrie komt nog met dezelfde argumenten als bij ons in de jaren vijftig: als je het maar veilig gebruikt, is er niets aan de hand. Dat klopt. In theorie.” De werkelijkheid is anders, weet hij.”De onwetendheid op het gebied van milieu en gezondheid is enorm.” De bevolking bouwt massaal de eigen woningen met daken en muren van asbest. “Ze zouden niet mogen zagen of boren of ze moeten uitgebreide veiligheidsmaatregelen nemen. Dat gebeurt niet. Beschermende ‘maanpakken’ tref je nergens aan.”Ook met de reststukken gebeuren bedenkelijke dingen. En later met het sloopafval; niets heeft het eeuwige leven, ook asbest niet. Het materiaal slingert rond woningen en kinderen gebruiken het als speelgoed. Of er zit er nog wel een deksel voor een kookpot in. Ruers: “Ik moet er niet aan denken waar dat toe gaat leiden.”
Op pagina 3:Golf van slachtoffers door goedkoop bouwmateriaal.
Golf van slachtoffers door goedkoop bouwmateriaal
Bart Mullink
De basis voor de asbestindustrie in Latijns-Amerika, Afrika en Azië is gelegd door bedrijven uit Europa en Noord-Amerika. Die hebben hun bezit afgestoten; lokale producenten hebben de fakkel overgenomen. ‘Asbestadvocaat’ Bob Ruers heeft geen hoge pet op van de moraal in de sector omdat de schadelijkheid van de vezels al heel lang bekend is.
“Daarover bestaat geen discussie meer, behalve bij diegenen die asbest verkopen.” Dat de geschiedenis rond de vezel zich in de Derde Wereld herhaalt, illustreert voor hem hoe uitsluitend voor zakelijke belangen onwelgevallig nieuws wordt bestreden.”In Nederland kon je vijftig jaar geleden nog zeggen dat het gevaar van asbest niet is bewezen. Daarna niet meer. Tussen 1960 en 1970 is alle relevante kennis op tafel gekomen en in 1975 toonde de volledige wetenschap zich eensgezind. Maar de industrie ging door met het in twijfel trekken van de informatie.”
Eigenaar
Terwijl de productie in westerse landen op haar retour raakte, zijn de bedrijven doorgegaan met het openen van fabrieken in Latijns-Amerika, Afrika en Azië. “Het Belgische Eternit-concern heeft zich pas in 2004 teruggetrokken uit India. De fabriek draait daar nu door onder een andere eigenaar.”Milieu en gezondheid zijn in ontwikkelingslanden meestal niet de eerste prioriteit en zo kan asbest opnieuw ‘ontdekt’ worden. Kritiek werpt soms vruchten af, echter niet in de armere landen van Azië. Wel in Japan, Singapore en Korea.Ruers: “De meer ontwikkelde landen zijn de eerste die zeggen: we stoppen ermee. In Brazilië is ook een sterke tegenbeweging en verschillende Afrikaanse landen hebben asbest verboden. Maar de regeringen daar voelen alweer de druk van met name de Canadese mijnbouw om dat verbod op te heffen. Canada vind ik een heel luguber geval. In eigen land mag het materiaal niet meer worden gebruikt maar het blijft wel een belangrijke exporteur. ”
Kinderen
Het Indian Journal of Community Medicine beschrijft hoe de bedrijfstak in India manipuleert, intimideert en de druk uitoefent op vertegenwoordigers van de overheid. India is het land waar kinderen worden ingezet om asbest met de hand uit sloopschepen te scheppen.Critici krijgen er als reactie een bombardement aan tegenpubliciteit. Zo verscheen een stroom aan advertorials waarin de gevaren van asbest worden weggewimpeld en de goede eigenschappen geroemd. De jaarlijkse groei van 9 procent van de omzet, die al vele miljarden bedraagt, mag niet in gevaar komen.Omdat asbest vanaf de jaren negentig geleidelijk in alle westerse landen werd verboden, is de totale productie afgenomen.Op het hoogtepunt in de jaren zeventig werd 5 miljoen ton aan vezels afgezet. Landen waar het nu nog is toegestaan, vertegenwoordigen twee derde van de wereldbevolking. Samen zijn ze goed voor een afzet van 2 miljoen ton. Die verdwijnt voor het overgrote deel in asbestcement.Landen als China, India, Indonesië en Thailand zijn grootgebruikers. Ook Rusland is volop actief en maakt er volgens Ruers een grote puinhoop van.
Ernstig
Het Vietnamese instituut voor arbeidsveiligheid dat zich bewust toont van problematische situatie en worstelt met de behoefte aan economische groei enerzijds en het milieubelang anderzijds. De industrie ontwikkelt zich de laatste tien jaar in hoog tempo. Zo ook die van asbestcement. De golfplaten vinden gretig aftrek als betaalbare dakbedekking.De overheidsdienst rapporteert “ernstige vervuiling rond de productielocaties en het ontbreken van enig besef bij zowel de werkgevers als werknemers van de gevaren”. En ziet vervolgens weinig mogelijkheden er iets aan te doen.Thailand heeft in dertig jaar tijd een flinke asbestbedrijfstak opgebouwd. Bij veel werknemers zijn longafwijkingen gesignaleerd. Reden voor de overheid om aandacht te vragen voor de veiligheid van werkers in de asbestindustrie. Maar ook daarbuiten raakt het land vergeven van asbest. Een kostbaar voorschot op de toekomst, weet Ruers, ook financieel.
18 januari 2007/Cobouw