Smals mikt op wereldwijd baggeren
Smals slaat zijn vleugels uit in het buitenland. Wereldwijd ziet het bedrijf kansen om te groeien met zijn tweede specialiteit naast de traditionele zand- en grindwinning: baggeren.
Bart Mullink
Baggeren doet Koninklijke Smals, opgericht in 1885, al langer dan vandaag. Baggerbedrijf Geluk, een bekende verschijning op de binnenwateren, werd twintig jaar geleden binnenboord gehaald. Maar de levering van betonzand en -grind bleef de hoofdactiviteit. “Ook in de toekomst blijft de zand- en grindwinning belangrijk. Maar het accent verschuift naar baggeren”, verklaren Frans van der Linden (algemeen directeur) en Maarten Smals (directeur business development).
De verschillende bedrijfsonderdelen zijn samengevoegd en gaan voortaan de markt op onder de naam Royal Smals. De zand- en grindactiviteiten van Smals zitten hierin, evenals baggerbedrijf Geluk en het anderhalf jaar geleden overgenomen Klaar Baggertechnieken. Die bracht het specialisme slibverwerking in huis.
“We zoeken buitenlandse markten op om te kunnen groeien. Niet in de eerste plaats om veel groter te worden. Maar een zekere groei is welkom voor de continuïteit. Daar is het ons als familiebedrijf om te doen. We willen over honderd jaar nog bestaan.”
Onderscheiden
Groeien in de bagger in Nederlandse binnenwateren vinden ze geen realistisch perspectief. De binnenlandse markt, zien ze, is goed ontwikkeld met een groot aantal bedrijven. “In het buitenland ligt nog een enorme markt open. Bovendien een waarop wij ons meer kunnen onderscheiden.”
Van de traditionele zand- en grindproductie van Smals kan de groei ook moeilijk komen. De vraag naar betonzand is, weten ze, ten opzichte van vijf, zes jaar geleden met wel 40 procent afgenomen. “Een gevolg van de crisis, maar ook van de relatief nog sterker afgenomen soorten projecten waarin veel beton wordt verwerkt: kantoren, grote appartementencomplexen, infrawerk”, zo verklaren de directeuren. “De vraag naar betonzand zal wel weer iets aantrekken, maar niet terugkomen op het oude niveau. Betonzand wordt ook minder nodig door een toenemend gebruik van secundaire grondstoffen en de komst van nieuwe bouwtechnieken.”
Alle bestaande activiteiten Van Smals blijven, onderstrepen ze. “We beschikken over goede concessies langs de rivieren en voor de lange termijn zijn we bezig met de voorbereiding van zandwinning in het IJsselmeer.” Tegelijk komt er dus een opvallende, nieuwe ambitie erbij. Terwijl de meeste kleine en middelgrote baggeraars voor zover ze de grens overgaan vooral het nabije buitenland opzoeken, wil Smals de hele wereld over.
De grote Nederlandse baggeraars scoren wereldwijd bij uitstek in kustgebieden. Smals richt zich op een compleet ander segment: de binnenwateren. Stuwmeren, binnenhavens, kanalen, rivieren en meren. “Daar ligt een enorme, nauwelijks ontgonnen opgave”, weten de directeuren. “Veel vaarwegen zijn dichtgeslibd, stuwmeren lopen vol met sediment, waterbodems zijn ernstig vervuild. De aanpak van zulke problemen wordt urgent en vraagt om een specialistische aanpak.”
Voorwerk
De afgelopen anderhalf jaar is ijverig voorwerk gedaan om in beeld te brengen wat voor Smals potentieel kansrijke markten zijn. Die werden inmiddels gevonden in Europese landen, India en Zuid-Amerika. Komend jaar moet het resultaat van het acquisitiewerk pas echt goed zichtbaar worden in de uitvoering van projecten.
Een troef is, menen Van der Linden en Smals, dat het bedrijf alle benodigde specialiteiten zelf kan aanbieden. Van het uitdiepen van dichtgeslibde stuwmeren en vaarwegen tot de verwerking van vervuild slib en landschapsinrichting. Die laatste activiteit ontwikkelde het bedrijf als specialiteit in het verlengde van zijn zand- en grindwinningsprojecten, met als doel deze mooier achter te laten.
Koninklijke Smals
Koninklijke Smals is gevestigd in Cuijk. In 2014 bedroeg de omzet 29 miljoen euro (2013: 26,1 miljoen euro.) Onder de streep bleef het cijfer net positief. De onderneming beschikt over tientallen baggerwerktuigen, meest zuigers. Deze vloot zou toereikend zijn om de eerste groei in het buitenland te kunnen realiseren. Een praktisch voordeel is de gemakkelijke verplaatsbaarheid van het materieel over grote afstanden. De overwegend wat kleinere werktuigen zijn zo ontworpen dat ze met vrachtwagens of zeecontainers zijn te transporteren. Hierdoor komen ook wateren zonder scheepvaarttoegang in beeld, zoals veel stuwmeren.
30 november 2015/Cobouw
_________________________________
Baggeren in een badkuip op het land
Het Julianakanaal staat grotendeels als een badkuip op het Limburgse land. De verruiming ervan is een bijzondere klus voor De Vries & Van de Wiel Kust- en Oeverwerken. Het bad mag niet leeglopen.
Bart Mullink
Ter hoogte van Stein schraapt de baggerkraan nauwkeurig de laatste restjes slib van de bodem van het Julianakanaal. Dat is hier vrij breed, de stroming is navenant gering. Ideaal voor het neerdalen van slib. Dicht bij de oever moet tot 2 meter worden verwijderd. De inham bij een voormalige scheepshelling had al zoveel diepte verloren, dat hij voor modale binnenvaartschepen onbegaanbaar was geworden.
De oorspronkelijke diepte van 4,5 meter wordt hersteld. Ton Thehu, contractmanager bij de aannemer, onderstreept de hoge nauwkeurigheidseisen bij deze baggerklus. Dat het water uit het kanaal niet weglekt naar veelal lager gelegen omliggend landschap, is te danken aan een waterkerende kleilaag. Die is aangebracht bij de aanleg van het kanaal in de jaren dertig van de vorige eeuw.
Essentieel is het dat deze kleilaag intact blijft. Grind in het slib is hiervoor tijdens baggerwerk het ultieme alarm. Ter bescherming van de waterkerende laag ligt boven op de klei circa een halve meter grind. Ankers uitgooien is in dit kanaal vanwege de bijzondere bodem nooit toegestaan, al biedt de grindlaag – in principe – voldoende bescherming als onverhoopt toch eens een anker losschiet.
Gps
De baggerkapitein heeft het grindalarm niet meer nodig. Dankzij nauwkeurige meetapparatuur ziet hij op zijn beeldscherm precies wat op de bodem gebeurt. Met behulp van gps realiseert hij over de volle breedte en lengte exact het beoogde bodemprofiel.
Thehu herinnert zich de tijd waarin Rijkswaterstaat nog werkte met dichtgetimmerde bestekken, die de aannemer alleen maar hoefde uit te voeren. De komst van emvi heeft het speelveld ingrijpend veranderd, weet hij. “De hele inrichting van je organisatie moet veranderen. Nieuwe taken ontstaan, zoals ontwerpen, omgevingsmanagement en de organisatie van het proces, inclusief vergunningaanvragen. Zo nodig zoek je hiervoor ondersteuning bij ingenieursbureaus of andere partijen met specialistische kennis.”
De aannemer is eveneens verantwoordelijk voor de relatie met omwonenden. Dat was nog niet zo lang geleden ook bij uitstek een taak van de opdrachtgever.
Door mensen goed te informeren, verdwijnt koudwatervrees en groeien betrokkenheid en sympathie, verwacht Thehu. Een schone taak voor zijn collega Fred Doodeman, die de rol vervult van de omgevingsmanager. Diens taak bestrijkt een breed gebied: van contacten onderhouden met omwonenden tot het beperken van de hinder voor de scheepvaart en de zorg voor beschermde diersoorten.
Bocht
Geholpen door een ingehuurde ecoloog van Arcadis maakte De Vries & van de Wiel plannen om flora en fauna zo weinig mogelijk te verstoren. Europese meervallen, rivierdonderpadden, het rapunzelklokje: de natuur blijkt in en om het kanaal zijn plek te hebben gevonden. In de Bocht van Elsloo genieten op een zongeoriënteerd talud hazelwormen en levendbarende hagedissen van de relatieve warmte. Voor de verbreding van de vaarroute komen daar straks damwanden in de oever. Als gevolg hiervan gaat hun leefgebied deels verloren. De oplossing: “Vlakbij maken we een nieuw gebied voor ze.” Met de lokale natuurvereniging gaan we straks in het kader van natuureducatie een weekeinde hazelwormen vangen en verplaatsen.”
Project Julianakanaal
De Vries & Van de Wiel pakt in vijf jaar tijd het hele 35 kilometer lange Julianakanaal aan, een klus van 38 miljoen euro. De diepte gaat naar 4,5 meter. Dat betekent terug naar het oorspronkelijke niveau, behalve op een klein gedeelte. Over circa 1,5 kilometer is het kanaal aangelegd met een diepte van maar 3,5 meter. Daar moet nu dus een meter bij. Om grotere schepen ruimte te bieden, is daarnaast over 10 kilometer een grotere bevaarbare breedte nodig. De aannemer scoorde bij de aanbesteding – onder meer – met voorstellen voor verbreding door middel van plaatsing van damwanden langs de oevers. Ook de aangereikte oplossing voor een nieuwe waterkerende laag voor het te verdiepen gedeelte viel in goede aarde: bentonietmatten worden met een speciale mattenlegger snel op de bodem aangebracht. De kwel kan dan ook tijdens de uitvoering beperkt blijven.
02 april 2014/Cobouw